Een organisatie ervaart een cyberbeveiligingsincident waarbij een command-and-control-server betrokken is. Welke van de volgende logs moeten worden geanalyseerd om de getroffen host te identificeren? (Kies er twee.)
Kies een antwoord
Tik op een optie om je antwoord te controleren.
Correct antwoord: Network, Firewall.
Waarom dit het antwoord is
Bij een command-and-control (C2) incident is het cruciaal om de communicatie tussen de getroffen host en de C2-server te identificeren. Netwerklogs (Network logs) zijn essentieel omdat ze informatie bevatten over netwerkverbindingen, zoals bron- en bestemmings-IP-adressen, poorten en protocollen. Deze logs kunnen direct de verbindingen naar de C2-server aantonen. Firewalllogs (Firewall logs) zijn eveneens van groot belang, aangezien firewalls verkeer monitoren en blokkeren. Ze registreren pogingen tot verbindingen en succesvolle verbindingen, inclusief die met kwaadaardige C2-servers, en kunnen zo helpen bij het identificeren van de interne host die communiceert met de externe C2-server. Applicatielogs (Application logs) en authenticatielogs (Authentication logs) zijn minder direct relevant voor het identificeren van de getroffen host in relatie tot C2-communicatie, hoewel ze later nuttig kunnen zijn voor het begrijpen van de impact of de initiële inbraak. DHCP-logs (DHCP logs) tonen IP-adres toewijzingen, wat nuttig kan zijn voor hostidentificatie als een IP-adres bekend is, maar ze tonen geen communicatiepatronen. Databaselogs (Database logs) zijn gericht op databaseactiviteiten en zijn niet direct gerelateerd aan netwerkcommunicatie met een C2-server.
Slaag voor je examen — zonder eindeloos zoeken naar antwoorden
Krijg elke geverifieerde vraag en uitleg voor dit examen op één plek, en bespaar uren voorbereiding. Meer dan 1.000 certificeringen · Meer dan 20 talen · gratis om te beginnen.
Slaag sneller voor je examen → Geen kaart nodig